Stichting tot behoud van het Friese jacht.

Varend Erfgoed

Geschiedenis

Op deze pagina houden we u op de hoogte van onze zoektocht naar de historie van de schepen binnen onze stichting. 

Momenteel zijn wij aan het werk met de boeier "Vrouwe Maria" met zeilnummer RC 105. De vrouwe Maria is van oorsprong een fries jacht. De restauratie bij Pier Piersma in Heeg heeft als doel haar weer in ere te herstellen in die hoedanigheid.


De huidige (summiere) geschiedenis is terug te vinden via de SSRP: 

http://www.ssrp.nl/stamboek/schepen/vrouwe-maria-3 


Enkele leden van onze stichting hebben zich als taak gesteld naar de volledige historie (waarschijnlijk terug tot 1896) onderzoek te doen. Hun bevindingen vindt u hieronder.

 

Vrouwe Maria/de Flecke Jouwer: historische schets

Het voorlopige uitgangspunt van de verkenning van de historie van de Vrouwe Maria is dat deze:

- Onder de naam de ‘Flecke Jouwer’ in ca. 1895 gebouwd is door Eeltje Holtrop van der Zee. Tezamen met haar zusterschip de ‘Argo’ (ook genoemd Eeltje, Vliegende Hollander, Kikker III??) aldus brief van Eeltje Romkema aan C.J.W. van Waning (1910-1952)

- Volgens dezelfde Eeltje Romkema is deze ‘Flecke Jouwer’ verkocht aan ‘Waterstaat’ onder de rook van Amsterdam (zie brief Eeltje Romkema aan C.J.W. van Warning)

- Het jacht ‘Flecke Jouwer’ komt niet voor in de werfboeken. Het is aldus Vermeer een zusterschip van de ‘Argo’ en evenals dit jacht in de slappe tijd midden 90er jaren van de 19 e eeuw aanvankelijk voor eigen risico gebouwd.

- Overigens spreekt mevr. Journeé – de Korver in een brief over een jacht gebouwd omstreeks 1860. Mogelijk ligt hier een relatie met de in 1861 door Eelte Holtrop van der Zee gebouwde “”boot, met snijwerk, smit, net als een jagt” voor C. Kunst in Dordrecht. Dit schip had ook een lengte van 24 voet (6,80m),  in dezelfde orde van grootte als de Dolphijn, Mercurius, Frisia, Hou Moed, Argo en Neptunus)

- Vervolgens komt er een reactie van ing. Q.A. van de Linde, naar dr. Ir. J. Vermeer bij het uitkomen van het boek ‘Het Friese Jacht’. In zijn reactie schrijft de heer van de Linde dat hij in ‘Het Friese Jacht’ een beschrijving gemist heeft van het jacht de ‘Flecke Jouwer’. De heer van de Linde geeft daarbij aan dat hij, geboren en opgegroeid is in Schellingwoude in de tijd dat zijn vader, A. Van de Linde, hoofd was van de Dienstkring Oranjesluizen  c.a. van Rijkswaterstaat. Zijn vader A. van de Linde, had het jacht ‘Flecke Jouwer’ onder zijn beheer als inspectievoertuig. Daarbij geeft de heer van de Linde aan een foto in zijn bezit te hebben waarop de Flecke Jouwer onder zeil paradeert nabij Durgerdam. Het ‘glasnegatief’ van deze foto heeft de heer van de Linde afgestaan aan het Fries Scheepvaartmuseum.

Deze foto bewijst, aldus de heer dr. Ir. J. Vermeer: ‘dat we inderdaad te doen hebben met een zusterschip van het bovengenoemde jacht ‘Eeltje/Argo’ (zie ook bijgevoegd het appendix, blz. 427, 428) opgenomen door de heer Vermeer  in: ‘De Boeier’ (2004).

Daarnaast is ook bijgevoegd de beschrijving uit ‘De Boeier’ van ‘Vrouwe Maria’ (blz. 347 t/m 350)

-  In het werfboek van Eeltje Holtrop van der Zee staat slechts een schip genoteerd (lang 24 voet); er wordt van uitgegaan dat dit het huidige jacht Argo is. Het is dan ook belangrijk om te onderbouwen dat er twee zusterschepen zijn gebouwd door Eeltje Holtrop van der Zee (hoeveel ‘technische overeenkomsten zijn er, ect.)

 

- Vervolgens kan ervan uit gegaan worden dat Waterstaat eigenaar geweest is van de ‘Flecke Jouwer’. Belangrijk is het om vervolgens aan te tonen dat deze ‘Flecke Jouwer’ in de periode ca. 1940-1951 in het bezit is geweest van mevr. Des Tombes (woonachtig in Den Haag). In deze periode zou de naam de ‘Flecke Jouwer’ veranderd zijn in ‘Maria’. Nader onderzoek naar erfgenamen van dhr. Ir. M.B.W. Des Tombes (1886-1967), werkzaam geweest bij Rijkswaterstaat, onder meer in Noord-Holland, heeft duidelijk gemaakt dat deze familie Des Tombes niet in het bezit is geweest van een Fries Jacht/Boeier.

-  Het historisch onderzoek naar de ‘relatie’ tussen de ‘Flecke Jouwer’ (in het bezit van Rijkswaterstaat) en de ‘Maria’, in het bezit van de familie Des Tombes wordt voortgezet (archieven van Waterstaat, familieleden van mevr. Des Tombes (woonachtig in ’s-Gravenhage in de periode 1940-1950).

 

Vanaf ca. 1960 is de historie van de ‘Maria’ bekend. De heer ir. C.W. de Korver deelt in een brief, gedateerd 8 mei 1961, mee aan de secretaris van het stamboek bestuur; “Vorig jaar ben ik in het bezit gekomen van een boeier, genaamd ‘Maria’. De boeier heb ik gekocht van de heer Van Hartingsveld uit Schiedam, die hem op zijn beurt een 10 jaar geleden van een mevrouw Des Tombes uit Den Haag kocht”, aldus dhr. Ir. J. Vermeer in ‘De Boeier’ (2004, blz. 347 t/m 350), deel is bijgevoegd bij dit historische overzicht. De heer Vermeer vermeldt daarbij dat een dochter van de heer Korver, mevrouw dr. J.G. Journée-de Korver te Den Haag, hem onder meer het volgende meldde: Haar vader vond de boeier ‘Maria’ bij toeval in het voorjaar van 1960 in Zwartewaal. Uit een kopie van een bewaard gebleven verzekeringspolis uit 1951, op naam van J. Van Hartingsveld te Schiedam, blijkt dat deze waarschijnlijk in dat jaar eigenaar van de boeier werd. Mogelijk zijn er nog mensen in Zwartewaal die zich hier iets van kunnen herrinneren?  Er woonde een familie Van Hartingsveld(t) in Zwartewaal.

*Contact is opgenomen met mevr. Journée-de Korver, voor nadere informatie over de periode 1960-1989, en ook de periode daarvoor.

*Door de heer Korver is de naam ‘Maria’ veranderd in ‘Vrouwe Maria’. Bij de te waterlating is het schip gedoopt door de 13-jarige dochter, Hanneke, van de heer Korver. Bij deze te waterlating is het schip herdoopt in ‘Vrouwe Maria’.

*In 1961-1962 is de ‘Vrouwe Maria’ door Tjeerd van der Meulen (Joure, Sneek) ingrijpend gerestaureerd en een halve meter verlengd.

De zoon van Tjeerd van der Meulen, de huidige eigenaar van de werf aan de Woudvaart, Johannes,  kent dit verhaal en ook zijn moeder weet zich de verhuizing van de werf van Joure naar Sneek, inclusief de Maria, nog goed te herinneren. Wellicht zijn er in het archief van de werk nog bruikbare gegevens te vinden.

 

Na het overlijden van dhr. ir. De Korver ging de ‘Vrouwe Maria’ over in handen van de heer T.A.W. Splinter te Voorburg. De thuishaven is dan Jachthaven De Eendracht te Heeg. Het uitvoerige dossier inzake de ‘Vrouwe Maria’ van de heer Splinter wordt door de nieuwe eigenaar van de ‘Vrouwe Maria’ met veel belangstelling bestudeerd.

 

In 2015 is door een groep “Vrienden van het Friese Jacht’ de boeier Vrouwe Maria overgenomen van de heer Splinter. Vervolgend is een ingrijpend restauratieproject gestart onder leiding van de heer Pier Piersma te Heeg. Doel is de ‘Vrouwe Maria’ terug te brengen in haar oorspronkelijke bouw van Fries Jacht.